---
title: "4.3.3. Uitdagingen voor de sector"
canonical: "https://www.duurzaamvleesnatuurlijk.nl/space/dvn03/17170436/4.3.3.%20Uitdagingen%20voor%20de%20sector"
format: markdown
---
De bokjes die in de geitensector geboren worden, zijn slechts voor een klein deel bestemd voor de fokkerij. Veruit het merendeel van de boklammeren wordt geslacht. De bokken van 4 weken oud worden in Nederland geslacht en het vlees wordt geëxporteerd naar Zuid Europa. Sommige bokken worden ongeveer 4 maanden oud, dat vlees komt op de Nederlandse markt.

In het project “Duurzaam Vlees, Natuurlijk!” wordt er gesproken over duurzaamheid van de vleesproductie. De kans is levensgroot aanwezig dat we ons verliezen in “wensdenken”. Er is veel ruis op de lijn om de juiste definitie van duurzaamheid vast te stellen. De focus in dit project lag op het dierenwelzijn. Maar is dat terecht? Veehouders worden ook beoordeeld op energie- en waterverbruik. Op uitstoot van emissies die gevolgen hebben voor het klimaat en de luchtkwaliteit. En met name deze aspecten laten zich lastig vertalen in een beter verdienmodel voor veehouders.

Het eerste probleem is duidelijk, de definitie duurzaamheid heeft nog enige duiding en afbakening nodig. De weging van de verschillende aspecten daarvan is cruciaal, evenals het commitment hierover onder een breed deel van de maatschappij. Keurmerken kunnen hier aan bijdragen, maar vaak zorgen ze voor verwarring door het oerwoud aan labels en de diversiteit aan onderscheidende aspecten. De een focust op dierenwelzijn, de ander op Carbon Footprint en een derde op biodiversiteit. Wie kan daar nu wijs uit worden? En wil een consument deze integrale afweging of kiest hij / zij voor een meer strikte afbakening?

Wat het lastig maakt is dat duurzaamheid niet ééndimensionaal is. De inspanningen die gedaan worden op het melkgeitenbedrijf hebben soms een averechts effect, anders dan dat er oorspronkelijk bedoeld werd. Een voorbeeld; in het kader van duurzaamheid in de veehouderij wordt vaak gepleit voor traag groeiende rassen met meer ruimte voor dierenwelzijn. Een nobel streven toch? Toch hebben deze dieren meer input nodig van water en voer, en hebben dus een grotere CO2 footprint. Dat is tegenstrijdig met het oorspronkelijke doel. Duurzaamheid is dan ook een compromis tussen de beoogde doelen. En belangrijk is om daarover het gesprek met elkaar aan te gaan. Niet met het doel om elkaar eisen op te leggen, maar om te kijken waar ieders rol ligt. En de vraag te stellen wat kun jij bijdragen om de wereld een beetje meer duurzaam te maken.

Enig opportunisme in de Nederlander is niet vreemd; “dan laten we de dieren toch langzamer groeien, of we voeren ze alleen restproducten”. Dat gaat totaal voorbij aan de handelsgeest van Nederland. Voor ieder product moet immers een afzetmarkt zijn. Meestal wordt de markt verkend en onderzocht waar de klant behoefte aan heeft. Dat wordt vervolgens geproduceerd. Dit is echter niet statisch, maar dynamisch. De wensen en eisen van de klant/ consument zijn aan verandering onderhevig. Bij voedsel is het vaak ook dat de burger hoge eisen stelt aan het product en de productiewijze, maar in de winkel vaak kiest op basis van een lage prijs. Dat stelt veehouders voor de haast onmogelijke opgave om tegen zeer lage kosten zeer hoogwaardig voedsel te produceren onder extreem strenge condities. En vergeet niet; het vlees ligt hier redelijk betaalbaar in de winkel omdat incourante delen elders in de wereld verkocht worden. En soms moet concurreren met importvlees wat minder duurzaam geproduceerd is.

![image](media://84566f9d-57b8-4902-bb0a-df736eebb332)

De gemiddelde consument overschat ook wat hij of zij uitgeeft aan voedsel, ze verwachten ongeveer ¼ deel van hun salaris uit te geven aan voedsel. In werkelijkheid is dat maar 8 %! In 1969 was dit nog 30 %.<sup>1  </sup>Dus 8 % van je salaris uitgeven aan de eerste levensbehoefte, dat ook nog eens super veilig is. De discussie over gezond voedsel is hier niet helemaal op zijn plek, maar heeft vaker te maken met voedingskeuzes en de hoeveelheid dan met voedselveiligheid. De consument kiest uiteindelijk, maar overheid en retail kunnen hier een belangrijke en sturende rol in spelen ([LTO](https://www.lto.nl/nederlander-overschat-uitgaven-voedsel/#:~:text=Nederlanders%20overschatten%20hoeveel%20geld%20ze,in%20opdracht%20van%20LTO%20Nederland), 2020).

De melkgeitensector is een jonge, ambitieuze sector, die streeft naar een toekomstbestendige en verantwoorde manier van voedselproductie. Een sector waar respect voor mens en dier voorop staat. Daarbij ontstaan er soms dilemma’s. De melkgeitensector wil graag open zijn over deze onderwerpen en een actieve rol spelen in het verduurzamen van de sector. Daarom is in 2015 de duurzame geitenzuivelketen opgericht. De duurzame geitenzuivelketen streeft naar een toekomstbestendige en verantwoorde manier van voedselproductie. Er moet een veel betere balans komen tussen “wensdenken” en realistische marktconcepten. De kennis bij consumenten, maar zeer zeker bij onderwijsinstellingen moet veel beter. En de productie van duurzaam vlees staat of valt met een duurzame keten. Als logistiek, verpakking, input en output niet in orde zijn dan maakt de ene schakel van alleen de productie niet het verschil.

![image](media://1730026f-a3bd-4271-8a76-7f91982e77fc)